Content voor Ingelogde Gebruikers

Yoram loopt de halve marathon en steunt zo Stichting Borderline

Yoram had een zus met borderline. Andrea. Had, want ze is er niet meer. De laatste tijd is hij er steeds meer mee bezig om alles wat er gebeurd is op een rijtje te krijgen. Hij merkt dat het door het leeftijdsverschil met Andrea, 12 jaar, niet makkelijk is om het verhaal van zijn zus goed in beeld te krijgen. Wel heeft hij ter nagedachtenis aan Andrea en om aandacht te vragen voor Borderline Persoonlijkheidsstoornis op 16 oktober meegedaan met de halve marathon van Amsterdam. Met deze actie steunt hij Stichting Borderline. Sponsoren kan nog steeds via https://whydonate.nl/nl/fundraising/Yoram.

Yoram vertelt: Toen ik geboren werd was mijn zus Andrea 12 jaar oud. Ons gezin bestond uit een vader, moeder, 2 broers en 2 zussen. Ik kwam er onverwacht, maar welkom, jaren later bij. In de periode dat ik opgroeide was Andrea onderdeel van ons gezin. Haar handicap was dat ze slechthorend was. Ze had moeite om mee te komen. Daardoor moest zij vanaf jonge leeftijd naar het speciaal onderwijs. Daarnaast zijn mijn ouders zo’n 10 jaar na mijn geboorte uit elkaar gegaan. We leefden bij mijn moeder die enorm haar best deed om mij, Andrea en de andere kinderen zo goed als mogelijk op te voeden. Mijn broers en zussen waren er altijd voor mij. Vooral Andrea. Zij nam mij bijna overal mee naartoe, we keken samen televisie, gingen samen buiten spelen, ze leerden me huishouden, paste op mij en droeg de zorg voor me als mijn ouders er niet waren. Ze was altijd verschrikkelijk lief voor me.

Inmiddels weet ik dat om BPS te ontwikkelen dat de meesten een getraumatiseerde jeugd hebben. Dat kan van allerlei aard zijn: verwaarlozing, misbruik, pesten of mishandeling. Dat heb ik me vroeger nooit zo gerealiseerd. Dat besef ik pas sinds kort. Als ik kijk naar wat Andrea heeft doorgemaakt, dan weet ik dat ze het niet gemakkelijk heeft gehad in haar jeugd. Wat ik kan herinneren van het onderwijs waar ze naartoe ging, is dat ze werd gepest en dat sommige docenten haar volledig buiten sloten. Dat laat diepe sporen achter. En om eerlijk te zijn weet ik niet of er in die periode misschien nog wel andere dingen zijn voorgevallen die het proces naar borderline hebben aangewakkerd. In haar puberteit heeft Andrea ook nog eens een zeer traumatische ervaring meegemaakt. Via een stichting voor doven en slechthorenden ging Andrea op kamp in Grolloo en overnachtte met een groep lotgenootjes in een boerderij. Terwijl de rest al sliep was Andrea nog wakker. Zij zag licht in een hoekje en rook een brandlucht. Ze ging direct in actie en begon te ontruimen, de meisjes konden haar niet horen dus het kostte haar heel veel energie. Toen het laatste meisje door Andrea aan haar haren naar buiten werd gesleept stortte het hele plafond van de zaal waar ze sliepen in. Andrea heeft toen 16 meisjes uit de brandende boerderij gered. Hiervoor kreeg zij een oorkonde en onderscheiding van het Carnegie Heldenfonds, deze actie heeft de kranten gehaald. De rest van haar leven heeft ze dit trauma meegedragen en had ze nachtmerries van deze gebeurtenis.

Toen Andrea 20 was ging het echt fout. Ik was toen ik nog maar 8. Ze was door haar gedragsveranderingen, het ‘een gevaar zijn voor zichzelf zijn’, psychotische buien, het horen van stemmen en suïcidale neigingen, niet langer meer in staat thuis blijven. Vanaf dat moment is er een bijzonder zware periode voor mijn zus aangebroken.

Ze werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis met alle ellende die ze met zich meedroeg. Haar behandelaars hadden totaal geen grip op haar en de vorm van BPS waarmee ze kampte. Ze was niet in een ‘hokje’ te plaatsen en raakte enorm introvert. De oplossing werd dan ook gauw in medicatie gezocht. Dat maakte dat er geen enkele verbetering ontstond in haar kwaliteit van leven. Haar gedragswisselingen kwamen af en aan. Soms kwam ze in het weekend naar huis. Soms ging dat ook niet. Maar als ze thuis was, was ze super blij iedereen weer te zien. Door de jaren heen heeft ze verschillende psychiatrische ziekenhuizen gezien, maar ook daar had men geen idee hoe Andrea behandeld moest worden. Dus werd er weer teruggegrepen naar medicatie. Andrea heeft uiteindelijk met goede, maar vooral slechte periodes zo’n 13 jaar doorgebracht op allerlei opvanglocaties en bij allerlei behandelaars. Ze is er niet beter van geworden. Sterker nog, op haar 33e is ze overleden. Ik was toen 21. Ze is een natuurlijke dood gestorven. Nee, niet doordat ze de hand aan zichzelf legde. Gelukkig niet. Wel omdat haar lichaam op was. Ik heb het voor haar ervaren als haar bevrijding uit dit leven. Haar lijden was voorbij. Hoe ik erop terugkijk?

Ik heb lang niet begrepen dat er iets met Andrea aan de hand was. Ze was voor mij de liefste zus. Ze hield van muziek, ze hield van films, ze was gek op dieren, ze was zorgzaam. Ik begreep alleen niet waarom haar stemming zomaar uit het niets om kon slaan. Ik liet niet binnen komen dat er meer aan de hand was. Dat heb ik weggeduwd. En intussen was ik ook een jongen die een gewone jongen wilde zijn. Ik wilde ook met vriendjes spelen en leren. Ik wilde een normale jeugd. Ik wilde net als iedereen opgroeien in onbezorgdheid. En aan mijn moeder heeft dat niet gelegen. Ze heeft altijd goed voor ons gezorgd. Er was misschien geen geld, maar er was wel liefde en aandacht, ook voor Andrea. Natuurlijk, nu ik erop terugkijk en ik even oud ben als zij was toen ze stierf denk ik wel eens: wat had ik voor haar kunnen doen? Ik kon er niet voor haar zijn en dat is gezien ons leeftijdsverschil gelukkig ook verklaarbaar. Maar we hebben wel veel lol gehad samen. Ik besef nu ook dat ik geen verschil had kunnen maken. En ze heeft me geleerd: geniet van het moment. Door haar weet ik dat teruggrijpen naar het verleden niet altijd iets moois met zich meebrengt. Ze is meer dan ooit in mijn hart. Mijn allerliefste onbegrepen zus. Haar verhaal en strijdkracht is wat ik in mijn dagelijks leven altijd heb meegenomen als motivatie, als zij het kon – kan ik het ook. Andrea was in mijn ogen een wat dat betreft een groot voorbeeld.

Ik vertel dit omdat ik graag wil de aandoening BPS meer bekendheid krijgt zodat mensen die in een vergelijkbare situatie terecht komen waarin ik heb gezeten, de Stichting Borderline weten te vinden. Dat zij de informatie voor handen hebben die ik toen nooit had, en daardoor beter om kunnen gaan met de situatie. Daarom heb ik afgelopen 16 oktober meegelopen met de halve marathon van Amsterdam. Voor Andrea en voor de stichting Borderline (StiBo). De opbrengst die mijn donateurs collega’s, vrienden en familie bijeen hebben gebracht -rond de 2.500 euro – gaat naar de StiBo. Want de StiBo verdient meer bekendheid en slagkracht om wat te kunnen betekenen voor mensen met borderline en hun familie en hun naasten.

Pam Aelbers

Scroll naar boven