skip to Main Content

Borderline en de buitenwereld

Mensen met borderline… hebben een grote angst voor afwijzing, zijn explosief, hebben een slecht zelfbeeld, bedenken verhalen en scenario’s in hun hoofd die niet overeenkomen met de werkelijkheid, kunnen liegen en manipuleren, kunnen anderen adoreren (en daarna weer intens haten), kunnen iemand claimen en veel druk op een relatie zetten. Zo, dat is wel even een theoretische opsomming die de boel op scherp zet. Maar hoe gaat het in de praktijk? Klopt het dat het contact met iemand die borderline heeft vaak erg lastig is? En als je zelf borderline hebt, waar loop je dan tegen aan? Mike (naaste) en Anika (lotgenote) komen uitgebreid aan het woord.

Door: Linda van Pelt

Mike is dit jaar vader geworden. Een spannende nieuwe levensfase. ‘Ik dacht dat ik er helemaal klaar voor was, het vaderschap. Eerlijk gezegd dacht ik “dat doe ik wel even.” Maar in de praktijk is het toch anders. ‘Zwaarder, vooral door de gebroken nachten.’ Voor zijn werk – machinaal vloeren verwijderen op grote schaal, zoals uit ziekenhuizen en kantoorpanden – moet Mike op werkdagen om zes uur de deur uit. Behoefte aan nachtrust is daarbij niet vreemd. ‘Als ik na twee uurtjes slapen alweer wakker word van het huilen van ons kind, ben ik even niet zo blij. Maar… als zo’n jongetje je dan aankijkt, dan smelt je. Zijn lach, daar kan ik niet tegenop.’

Lekker vrijgezel
Waar Mike vroeger niet tegenop kon, waren de jaloerse buien van Emma, zijn partner. En tegenwoordig de moeder van zijn kind. ‘Emma en ik zijn jaren uit elkaar geweest, maar kennelijk heeft ze toch altijd dat bijzondere plekje in mijn hart gehouden.’ Het voelde voor Mike destijds (hij was achttien, Emma twintig) alsof hij werd toegeëigend door zijn vriendin. ‘Zij verdacht me er vaak van dat ik haar bedroog. Ik vond het zo beklemmend, dat ik uiteindelijk geen andere oplossing zag dan onze relatie te beëindigen.’ Op zoek naar een ander ging hij niet. ‘Toen wij met elkaar braken, dacht ik: veel te gecompliceerd, een relatie. Ik blijf lekker vrijgezel!’

Handvatten
Mike hield woord. Tenminste voor lange tijd. Tot die dag waarop hij ziek was en daarover een berichtje plaatste op Facebook. Emma las het en reageerde. ‘Beterschap.’ Mike was verbaasd, en zijn allereerste, intuïtieve, reactie was: “Waar haal jij het lef vandaan?” Toch stuurde hij Emma een berichtje terug. ‘Toen ik eenmaal gereageerd had via Messenger, realiseerde ik dat ik bijna in de val zat,’ vertelt hij wat lachend. ‘Emma stelde voor om elkaar weer eens te ontmoeten.’ Spijt over die stap heeft Mike nooit gehad, want inmiddels hebben ze alweer vier jaar een relatie. ‘Face to face raakten we alweer snel close, en we hadden het gezellig met elkaar in de bar-bowling-bistro waar we hadden afgesproken. Er was in de tussentijd wel het een en ander veranderd. Emma vertelde dat ze jarenlange therapie achter de rug heeft, en dat heeft duidelijk effect gehad. Ze heeft daardoor “handvatten” gekregen om beter met haar jaloezie om te gaan,’ is iets wat Mike in de praktijk ervaart.

Signalen
Ook de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis maakt gevoelsmatig verschil. ‘Daardoor vallen dingen beter op hun plek en is het voor mij beter te begrijpen waarom Emma soms reageert zoals ze reageert. Wat ook anders is ten opzichte van vroeger, is dat ze nu vertelt wat er aan de hand is. Met een opmerking als “Hou me even vast, want ik voel me verdrietig” is makkelijker om te gaan dan met de boze buien uit het verleden. Die buien leken zomaar op te komen, om voor mij onverklaarbare redenen, en bleken ook bijna altijd op mij gericht te zijn,’ vertelt Mike.

Komen zulke buien dan nu nooit meer voor? ‘Jawel, maar een stuk minder! Ik zie ze tegenwoordig ook eerder aankomen, maar… meestal toch te laat,’ meldt hij met wat zelfspot. ‘Ik ben er kennelijk niet zo goed in om signalen op te vangen. Wie weet komt dat wel doordat ik een Rotterdammer ben, dat zijn bijna allemaal nuchtere mensen. Die praktische instelling van mij heeft zeker ook voordelen, want daarmee kan ik Emma vaak gemakkelijk geruststellen als zij ergens over in paniek raakt. Zoals van een onverwachtse rekening in de brievenbus. Als ik haar vertel dat ik het regel en dat het allemaal goed komt, heeft ze voldoende vertrouwen in mij om weer vrij snel rustig te worden.’

Over één onderwerp blijft het vertrouwen soms nog wat haperen, en dat is op de avonden waarop Mike laat thuiskomt van zijn werk. ‘Wij moeten soms een klus afmaken en dat betekent overwerken. Soms ben ik pas rond negen uur, half tien thuis. Dat is – heel begrijpelijk – voor geen enkele jonge moeder fijn, maar Emma lijkt er vaak veel meer achter te zoeken. Ik kan haar dan wel tien keer vertellen dat ik geen geheime liefde heb, maar op zo’n moment gelooft ze me toch niet. Dat heb ik ondertussen wel geleerd. Als ik thuiskom, kunnen we er gelukkig meestal goed over praten. Emma zegt: “In mijn hart vertrouw ik je wel, maar er zit dat vervelende deuntje in mijn hoofd dat iets anders zegt.”’

Bijgeleerd
Omgaan met jaloezie van een partner blijft lastig. ‘Ik snap het niet, maar ik kan het wel begrijpen,’ omschrijft Mike zijn dubbele gevoel. ‘Emma is mijn eerste, en eigenlijk enige echte relatie. Ik voel voor haar de onvoorwaardelijke liefde. Omdat ze trouw is, aantrekkelijk en ook nog eens hartstikke mooi! Nu maar hopen dat zij dat ook eens echt allemaal zeker gaat weten.’

En hoe is het om nu samen ouders te zijn? ‘Voor alle jonge ouders is het wennen, dat is bij ons niet anders. Maar we zijn ook qua leeftijd ouder geworden. Ik ben nu 29 en Emma is 31. Sinds de start van onze eerste relatie hebben we wel wat bijgeleerd. Zo’n leerproces is er in iedere relatie, niet alleen als er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. Ik weet dat er veel door Emma’s hoofd spookt. Daarom is haar energie vaak wat eerder op dan bij iemand anders. Maar dat is iets wat wij beiden weten en waar we allebei rekening mee houden. Emma is een sterke vrouw die gelukkig duidelijk haar grenzen kan stellen. Als het haar allemaal even te veel wordt, geeft ze dat aan. “Nu moet papa even de kleine doen.” En papa doet dat graag. Ook gaat onze zoon soms een weekendje logeren bij opa en oma. Dat is een win-winsituatie voor allemaal. Opa en oma vinden zo’n logeerpartijtje erg leuk, ons zoontje leert spelenderwijs soms even ergens anders te zijn en wij hebben even een adempauze en onze handen vrij voor elkaar. Zo’n “vangnet” maakt een groot verschil.’

Borderline en kinderwens
‘Ik denk dat iemand die de nodige therapie voor borderline achter de rug heeft, aardig in staat is tot een redelijk normaal leven. En, vervolgt Mike wat zachter, ‘misschien wel betere ouders dan een “normaal” gezin waarin een kind “gewoon komt.” Ik durf het bijna niet hardop te zeggen, maar wat ik bedoel is dat bij ons het ouderschap in ieder geval heel weloverwogen is voorbereid. Wij zijn bewust bezig geweest met de risico’s en dan nóg zijn dingen anders dan verwacht. Maar samen lukt het ons prima.’

Zonnig en scherp
Mike herinnert zich nog die Publieksdag van drie jaar terug. Hij stond samen met Emma buiten een sigaretje te roken en vertelde open over de herstart van hun relatie. ‘Een mevrouw hoorde ons praten en sprak ons aan. Haar vriend had net hun relatie gestopt vanwege haar borderline, en zij was net met therapie gestart. Ons verhaal gaf haar zoveel hoop dat ze de toekomst weer zonniger zag. Dat is eigenlijk wat ik iedereen zou willen meegeven. In ons geval heb ik van Emma ook geleerd, namelijk communiceren. Als vrijgezel hoefde ik nooit over mijn gevoelens te praten, maar Emma dwingt me daartoe. Zwijgen was voor mij een aangeleerde techniek om niet gekwetst te worden. In mijn schooltijd ben ik nogal eens gepest en dat heeft littekens nagelaten. Emma heeft mijn vermogen tot praten weer hersteld. Zij laat zich niet afschepen, en zo houdt ze me scherp.’

Anika heeft al jarenlang een relatie. Een half jaar terug heeft zij haar intensieve therapie vanwege de borderline persoonlijkheidsstoornis afgerond. Van die therapie heeft ze naar eigen zeggen veel geleerd, maar in de praktijk blijkt het toepassen van die theorie toch nog weleens lastig. ‘Mijn vriendschappen staan vaak onder druk.’ Een recent voorbeeld illustreert precies wat ze bedoelt. ‘Een vriendin had een ziek zoontje, dus in die periode hadden wij niet zoveel contact. Ze was duidelijk druk met andere dingen en dat begreep ik prima. Tot de dag waarop een andere vriendin van haar op Facebook een berichtje plaatste en daarvoor de hemel werd ingeprezen. “Wat attent van jou. Jij bent mijn liefste vriendinnetje!” Als ik zoiets lees, gaan bij mij de haren recht overeind staan. Zij is dus kennelijk belangrijker dan ik, is de onvermijdelijke conclusie die ik dan trek.’

Oud gevoel
Aan de ene kant wordt Anika overspoeld door dat negatieve gevoel, aan de andere kant kan ze uitstekend beredeneren waar die emotie vandaan komt. ‘Deze appelleert aan een “oud gevoel” dat ik niet goed genoeg ben, al ontstaan in mijn jongste kindertijd. Ik voelde me altijd de mindere, en had het idee dat ik vaak werd afgewezen.’

De echtscheiding van haar ouders en de latere relatie van haar moeder met een nieuwe vriend die niet bepaald vlekkeloos verliep zorgen voor veel onrust in Anika’s jonge leven. ‘Ondanks alle perikelen liet mijn moeder haar vriend niet vallen. Ze koos dus niet voor ons, haar kinderen. Dat heb ik nooit begrepen en dat voelde niet goed. Daardoor was er bovendien geen rust en veiligheid in huis. Dus bleef ik vaak extra lang op school, want daar was tenminste geen ruzie en gezeur.’

Hero(ine)
Zolang als ze zich kan herinneren is Anika’s contact met anderen lastig. ‘Zoals toen mijn beste vriendin niet de hoofdrol kreeg in de schoolmusical en ik wel. Uit jaloezie heeft zij toen de hele klas tegen mij opgestookt. Ik weet best dat dit een rare reactie van haar was, maar evengoed voelde ik me zo verloren en alleen. En zoals bij mijn leraar Engels die zo belangrijk voor mij werd dat ik als het ware leefde voor zijn aandacht. Gaf hij me een glimlach, of sloeg hij zelfs even zijn arm om me heen, dan kon dat mijn hele dag goedmaken. Het werd een obsessie. We gingen zelfs samen voetballen en uit eten. Ik realiseer me best dat dit grensoverschrijdend gedrag was, maar ik had het nodig. Nee, ik was niet verliefd op die docent, het was een veel dieper gelaagd gevoel. Hij was als het ware mijn heroïne, mijn ziel en zaligheid.’

Het contact met haar Engelse leraar is een duidelijk voorbeeld van de neiging om iemand op een voetstuk te plaatsen, beseft Anika. ‘Ik heb dat vaker, het gebeurde ook bij mijn therapeute, tegenover wie ik me soms zo afhankelijk opstelde. Alsof ik voortdurend bevestiging nodig heb. Mag ik er zijn? Denk je nog wel aan mij? Gek word ik er zelf van, maar soms lukt het gewoon niet die malende gedachten te stoppen. Vooral niet als ik zelf niet goed in mijn vel zit. Dan gaat de onzekerheid een geheel eigen leven leiden in mijn hoofd. Ik wéét dat het onzin is, maar die wetenschap helpt op dat moment weinig.’

Irritante innerlijke stemmetje
Loopt Anika door de stad en lijken de mensen lelijk naar haar te kijken, begrijpt ze dat op sombere dagen maar al te goed. “Logisch, ik ben ook lelijk,” omschrijft ze dat irritante innerlijke stemmetje. Als ze op de tennisbaan staat en er ineens onverwachts publiek neerstrijkt, raakt ze geen bal meer. Zo bang om te falen. ‘In zulke situaties begin ik alvast mezelf “af te zeiken”: “Ach, ik kan er ook niks van!” Beter dat ik mezelf naar beneden haal dan dat een ander dat doet. Mijn vader maakt er weleens een lolletje van. Denk jij nou echt iedereen altijd met jou bezig is? Als hij dat zo stelt, snap ik helemaal hoe verschrikkelijk overtrokken die gedachten van mij zijn. Maar evengoed lukt het op bepaalde dagen toch niet ze opzij te zetten. Gek hè?’

Weten hoe het werkt, en vervolgens die kennis toepassen in de praktijk; daartussen gaapt nog soms een kloof. ‘Ik baal van mezelf als ik geneigd ben te vervallen in de zogenoemde dubbele agenda. Een vriendin met een depressie stuur ik een appje om haar sterkte wensen. Maar óók om even te checken of het nog wel goed zit tussen ons. Reageert ze niet, dan voelt dat heel verkeerd. Ik projecteer alles op mezelf, en eigenlijk word ik daar zelf knettergek van.’

Het klinkt als een vrouw die bijna greep heeft op haar gevoelsleven. Bijna! Anika geeft er zelf een mooie beeldspraak voor. ‘Ik zie het als een put, waar ik regelmatig in val. De trap naar boven weet ik tegenwoordig vrij aardig te vinden, maar als ik bijna over het randje eruit kan klimmen, verlies ik grip en glijd ik toch weer terug die diepte in. Terug naar “oud gedrag” en soms zelfs automutilatie. Hieraan moet ik nog hard werken.’ Ze klinkt best strijdbaar.

Leven is geen rekensom
‘Het lukt me steeds beter om symbolisch achterover te leunen, me niet blind te staren op één iemand en ook af te wachten totdat anderen contact zoeken met mij. Zoals de vriend die pas opbelde dat hij graag op korte termijn wat wilde afspreken, omdat hij belangrijke dingen met me wilde delen. Zo’n gevoel van wederkerigheid is heel goed voor mijn zelfvertrouwen. Vroeger was ik meer geneigd alles tegen elkaar af te wegen. Gevoelsmatig gaf ik vaak 200 procent, terwijl de ander in mijn ogen slechts 50 procent zijn of haar best deed, en dat voelde heel scheef. Gelukkig doe ik dat minder en minder. Het leven is ook geen rekensom. Maar het goed met jezelf kunnen vinden is de grootste plus. ‘

 

Mike en Emma zijn gefingeerd, hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Back To Top