skip to Main Content

In het derde deel van mijn verhaal, gaat het over therapie. En nog ‘s. En nog meer. En over hoe we samen de sprong in het diepe maakten. En hoe ik leerde en ook moest veranderen.

Lees hier deel een en twee.

Inmiddels waren we wel een feit geworden: Roos en ik gingen samen verder. We hadden elkaar nodig. Zij had me nodig om voor haar te zorgen, ik had het nodig om dat voor haar te doen. Omdat ik in haar huis zat terwijl ze zelf was opgenomen, en ik van nature nieuwsgierig ben, ging ik eens wat snuffelen in de stapel papieren die op tafel lag. Daarin vond ik heel veel G-schema’s die ze had gemaakt. Het brak mijn hart, om daar te lezen wat ogenschijnlijk gewone of in iedere geval niet echt dramatische gebeurtenissen met haar deden.

Tijdens die opname op de KBO (Klinische Behandeling Jacob Obrechtstraat) van de Jellinek in Amsterdam, bezocht ik haar dagelijks. Dat was op zich een vervreemdende ervaring. Er waren weliswaar bezoektijden, maar er werd je verder geen strobreed in de weg gelegd. Ik liep gewoon naar haar kamer, niemand lette er op wat je daar deed of wat je meenam. We vonden lege pakjes onder het bed, over triggers gesproken.
Ook zij had veel vrijheid. Teveel eigenlijk, en daar maakte ze gebruik van. Zo is ze op een avond met twee andere cliënten ’s avonds in een kroeg op de Van Baerlestraat gaan zitten en had in een uur zoveel borrels naar binnen getikt dat ze – toen ze terug kwam, betrapt werd en moest blazen – meer dan 4 promille in haar bloed had. Volgens mij was dat een record.
De therapie had in de KBO niet zo heel veel om het lijf. Er waren wel individuele gesprekken waar ik soms ook bij was. Dat was fijn. Ik wilde heel graag betrokken zijn. Het werd me in ieder geval wel duidelijk dat ze in de verslavingszorg niet echt op haar plek was en er niet zoveel op vooruitging. Dit was al de vierde opname. De focus op drank leidde alleen maar tot meer dorst eigenlijk. Intussen nam ze citalopram, en kreeg ze olanzapine om te kunnen slapen. Je vraagt je echt af wat slechter is.

Koning Alcohol
Maar er was een goede reden om althans te proberen om sober te worden. Want de behandeling  moest worden afgerond zodat ze daarna naar de Viersprong in Duivendrecht kon, waar ze tenminste met haar borderline aan de slag kon, en niet alleen maar met haar copinggedrag. We probeerden het dus goed te doen. Tijdens de weekends thuis, en later toen ze weer weg was bij de KBO. Normaal eten (daarvoor overleefde soms dagen op een handje nootjes en een paar druiven), geen drugs meer (ze moest het telefoonnummer van de dealer weggooien, maar dat heeft ze niet gedaan denk ik), structuur, en niet meer drinken.
Ik moet bekennen dat dat laatste is gefaald. Met coke was ze al snel gestopt zonder veel pijn. Ik heb haar ook nog van het roken afgeholpen door een damper te kopen, maar koning alcohol is nog steeds aan de macht. Het is niet anders, volgens alle geldende normen zijn we alcoholist. Maar de drank is haar probleem niet. Het is eerder een oplossing, alleen niet echt een goeie. Alle narigheid die ik met haar heb meegemaakt ging altijd met dronkenschap gepaard, maar ze vond dronken zijn nog altijd beter dan de stormen in haar gevoelsleven.

Om de onrust te bezweren zonder het steeds weer op een zuipen te zetten, probeerde ik het met allerlei kruiden uit de smartshop. Mulungu, skullcap, hop, passiebloem, valeriaan. We hebben ze allemaal geprobeerd, met matig succes. De onrust bleef en de nachtmerries ook. In die tijd ontdekte ik ook de research chemicals. Je kunt online legaal ‘analogues’ van benzo’s kopen en vooral het inmiddels verboden etizolam bleek een zegen: snel werkend en met een korte halfwaardetijd. Als de onrust te groot wordt of ze eindelijk weer eens een keer goed moet slapen, hadden we wat in huis. Zonder voldoende slaap redt je het niet.
Het zijn vooral de nachtmerries die ik zo erg vind voor d’r. Het is nu weliswaar minder, maar zeker toen ik haar net kende zat ze drie, vier keer per nacht trillend rechtop in bed. In het begin droomde ze vaak over het dodelijke ongeluk dat ze in Frankrijk veroorzaakte en waardoor ze drie dagen in een Franse cel heeft moeten doorbrengen zonder met iemand te kunnen praten. Nu gaan haar nachtmerries niet meer altijd over die gebeurtenis, maar de paniek is vaak nog wel dezelfde, alleen de beelden zijn veranderd.

Krassen
Het was een moeilijk tijd. Ook het krassen hield niet op. Ze wilde het niet, vocht er tegen, maar ik voelde de drang gewoon en zag het in haar ogen. Er was een tijd dat ik haar daarom niet alleen durfde te laten. Of – als het toch moest – maakte ik me de hele tijd zorgen. Dat voel ik nog steeds soms, al is het alweer lang geleden dat ze het deed. Ze zag ook wel hoeveel verdriet het me deed, en heeft er alles aan gedaan om het te laten. Met heel veel moeite soms. En soms lukte het niet. Of ging ze zichzelf stompen of knijpen of haar hoofd tegen een muur slaan. Het maakt me zo intens verdrietig. Dat je je zo verschrikkelijk slecht en verloren kunt voelen dat je niks anders kan doen dan jezelf pijnigen. Duidelijke pijn, pijn die je kunt zien, die je jezelf aandoet.
Ook al oordeelde ik niet en heb ik haar altijd bij me genomen en getroost, schaamde ze zich er heel erg voor. Ze vertelt het me niet graag. Ik heb er ook geen idee van waar ze dat mesje bewaart en ze heeft het me nooit willen vertellen. Op de KBO had ze een puntenslijper uit elkaar gesloopt. Misschien heeft ze dat nog steeds ergens.
Ik kreeg de gewoonte stiekem te checken of ze nieuwe wondjes op haar arm of been had. Soms wist ze ze dagen te verbergen, best knap als je bedenkt dat we iedere nacht samen in bed lagen. Ook als ze suïcidale gedachten heeft, vertelt ze het me liever niet. Ze schaamt zich veel ja. Ze zegt ook heel vaak sorry. Ik heb haar geleerd dat er twee soorten ‘sorry’ zijn. De goede is ‘sorry dat ik op je tenen ben gaan staan’. De slechte is ‘sorry dat ik besta’, maar dat is wel wat ze heel vaak voelt.

Ik ging me verdiepen in wat het betekent, die borderline persoonlijkheidsstoornis. En wat is het eerste dat je leest als je googelt op borderline? “..run away!” Dat was ik niet van plan. Daarnaast kom je veel wetenschappelijke artikelen tegen en uiteraard het lijstje met kenmerken volgens de DSM. Dan kom je tot de conclusie dat veel van die kenmerken jezelf ook niet helemaal vreemd zijn, alleen niet in dezelfde mate.
Ook las ik over de verschillende behandelmethoden. Nou heb ik wel wat ervaring met therapie. Zo’n dertig jaar geleden moest ik afkicken van een heroïneverslaving. Maar therapie mocht toen nog zo lang duren als nodig was, en wetenschappelijke onderbouwing was niet zo belangrijk, althans niet in het afkickkliniekje in West-Brabant waar ik was opgenomen. De Stichting Breek heette voorheen Sosjale Joenit en was in de jaren ’70 opgericht door aanhangers van de Baghwan. Een deel van de therapie bestond dus uit Osho-meditaties met sitarmuziek. Daar gaf ik niet om.
Maar waar ik het meest tegen opzag en wat me uiteindelijk het meest heeft geholpen was de schreeuwtherapie. Pas veel later leerde ik dat het catharsis heet en een onderdeel uitmaakt van de Dynamic meditatie. Die was bij ons uit elkaar gehaald en verdeeld over verschillende tijdstippen in de week. En schreeuwen deden we zo lang als het nodig was. In ieder geval één middag per week.

Fast Car
De eerste keer ging zo: twee lotgenoten en ik gingen op dag drie van mijn opname naar de groepsruimte in de kliniek. We kregen allemaal een blinddoekje zodat we elkaar niet hoefden te zien en een kussen voor ons op de grond. En de groepsleidster zei: ‘vandaag gaan we leren kwaad worden’. Ik was wat lacherig, maar mijn twee groepsgenoten hadden dit al eerder gedaan, draaiden een knop om en begonnen als een bezetene op het kussen te rammen en hun longen eruit te schreeuwen.  Als je je al ellendig voelt werkt dat aanstekelijk. Na mijn schroom te hebben overwonnen schreeuwde ik alle ellende van jaren eruit.
Na een intens kwartier is je boosheid wel even op. Dan komt het verdriet. Ik moest zo hard huilen. waarna ik werd getroost door mijn groepsleidster. Wat had ik dat gemist. Ik had me in jaren niet zo heerlijk leeg en opgelucht gevoeld. En ze draaide muziek. ‘Fast Car’ van Tracy Chapman. Dat nummer brengt me nog steeds terug naar die tijd.
Eén van mijn therapeuten legde ons later uit hoe het werkt. ‘Je gevoel is als een jampot, die in je buik zit. Onderin zit liefde, daar bovenop zit verdriet, en daar weer boven zit boosheid. Het deksel dat al dat gevoel binnen houdt heet ‘angst’. Als je dat laat gaan, komt al je woede naar boven. Woede om wat je is aangedaan en is overkomen. Woede om wat je jezelf en anderen hebt aangedaan. Als die boosheid weg is, komt het verdriet. En pas als je dat hebt gehad kun je weer liefde voelen.’

Die wijsheid deelde ik natuurlijk ook met Roos. ‘Het is eigenlijk heel simpel. Er zijn maar vier basisgevoelens, de rest is ervan afgeleid. En dat is bij iedereen zo.’ Hoe pijn in dat plaatje past, dat weet ik niet. Ik zag veel pijn. En waar ik zelf niet op zou zijn gekomen was dat ze eigenlijk niet goed het verschil weet tussen ‘gedachten’ en ‘gevoelens’, en dat ze bovenop dat deksel dat angst heet, nog een heel doolhof heeft gebouwd van automatische en meestal negatieve gedachten, zodat het zelfs onmogelijk is om erbij te komen om die pot open te wrikken.
Maar ik gunde haar zo de opluchting die ik heb ervaren. Helaas is die vorm van therapie in onbruik geraakt. Het is veel praten en te weinig fysiek tegenwoordig. Terwijl toch steeds duidelijker wordt dat onverwerkte trauma’s in je lichaam worden opgesloten. Ik kreeg de kans om al het oude leed er eens uit te gooien, een voorwaarde voor herstel vind ik. Jammer dat therapeuten daar het nut niet meer van inzien. Of misschien jaagt het ze angst aan.

Proud
Die keus was er dus niet. Ik dook in alle afkortingen van de in Amerika bedachte behandelingen, DGT, MBT, CGT en ga maar door. En ik las de verhalen op internet van mensen, ex-partners vooral, want ik zocht naar het antwoord hoe ik nou met mijn lieve borderliner om moest gaan. “Manipulatief, agressief, suïcidaal, geschift!’, is wat je dan tegenkomt, maar ik herkende haar niet in dat beeld. Een artikel dat me wèl wijzer maakte was het artikel op Proud2bme, over ‘de stille borderliner’. Ik deel het nog vaak als mensen met vragen komen bij de stichting. Zo werkte dat bij mijn lief.
En alles wat binnenkomt moet eerst langs wat ik later eens de ‘shitfilter’ heb genoemd. Ze heeft ‘m later bij creatieve therapie nog eens in het echt gemaakt, die shitfilter. Dat werkt zo: elke opmerking – goed of slecht – gaat door een filter die er shit van maakt. Alles wordt automatisch zo uitgelegd dat het je lage zelfbeeld bevestigd. Een compliment wordt niet gehoord, niet geloofd of gerelativeerd, waardoor alles eigenlijk kritiek wordt en het ‘zie je wel, ik mag niet bestaan’ gevoel bevestigd. En dat is geen bewust proces, dat gaat vanzelf, in een fractie van een seconde. En dat werkt uiteraard als een selffulfilling prophecy. Als je de hele dag tegen jezelf zegt dat je niks waard bent, ga je het nog geloven ook.
Proud2bme richt zich in eerste instantie vooral op meiden met een eetstoornis, maar ik heb er veel aan gehad. Zoveel goede informatie was er niet en ik wilde weten wat er achter die mooie ogen van haar allemaal gebeurde, wat ik kon doen om daar verandering in te brengen en hoe ik kon helpen.

En ik vond tips. Veel tips. ‘Doe dit, doe dat niet. Luister, oordeel niet, pas op, loop op eieren.’ Je zou denken dat borderliners van suiker zijn. Doe even normaal! Maar ik zag dat een opmerking over wat dan ook haar onmiddellijk in een soort achtbaan stortte van negatieve gevoelens die ze geen halt kan toeroepen. Dus ik moest leren om op mijn woorden te passen, er niet alles maar uit te flappen, even tot tien te tellen en later duidelijk maken wat ik eigenlijk bedoelde. Om ook sorry te zeggen, om te zeggen dat ik heel veel van haar hou, onvoorwaardelijk! Dat werkte, en wie me kent weet dat het geen kwaad kan dat ik eens een beetje op mijn woorden let.

Intussen maakten we plannen. De eengezinswoning die ze huurde in Zuidoost was eigenlijk veel te duur. En er lagen teveel herinneringen. We zegden dus de huur op, met ingang van 1 april. Daarmee begon een rondgang langs allerlei antikraakwoningen en drie middagen per week therapie bij de Viersprong in Duivendrecht.

In het volgende en laatste deel valt alles eindelijk op zijn plaats. Toch?

 

Pek

Back To Top