skip to Main Content

De zomer liep op zijn einde en ik zag Roos nog steeds regelmatig. Het dubbelleven dat ik leidde zat me niet lekker, maar ik raakte steeds meer verslingerd aan haar. Hoe scheid je lust van liefde? Ik kan het niet. Wilde het ook niet.

Maar op een dag in september veranderde alles. Ik kreeg onverwachts een telefoontje van haar. Ik voelde wel dat ze soms niet echt lekker in haar vel zat, maar hoe erg het was, daarvan had ik geen idee.  Wat het betekent om borderline te hebben, dat besefte ik niet echt, en zo vaak zagen we elkaar nou ook weer niet.

‘Het gaat helemaal niet goed met mij’ zei ze. ‘Ik zit aan de overkant van de crisisdienst maar ze willen me niet helpen. Wil jij mij helpen?’ Ze vertelde dat ze suïcidaal was, dat ze had gekrast, dat ze niet meer wist wat ze moest doen, dat ze haar ouders wel had gebeld en een vriendin maar dat die allemaal in Groningen waren.
Ik was geschokt maar voelde me ook heel erg groot dat ze naar mij toe kwam. Achteraf weet ik dat ik op dat moment echt keihard voor haar ben gevallen. Later vertelde ze me dat op die dag een jaar therapie (DGT) op een nare manier was afgesloten en er niks in het verschiet lag. Ze voelde zich verloren en wanhopig. Voor de crisisdienst aan de Eerste Constantijn Huygensstraat in Amsterdam was het echter allemaal niet erg genoeg. Daar moet je met open polsen naar binnen wankelen voor ze je zien staan, en dat is voor een dienst met beperkte middelen in een grote stad niet eens verwonderlijk.

Maar dat hielp haar niet. Ze is sowieso niet goed met afwijzing en een dubbele was helemaal teveel. Ze zat op het terras van een café aan de overkant, vertelde ze me. Ik stond al in de startblokken om erheen te gaan, maar  ze zei dat haar ouders al onderweg waren dus dat hoefde niet. Heb haar laten vertellen terwijl ze de paniek aan het wegdrinken was. Ze had ook haar dealer gebeld, want ze wilde wel even naar het ouderlijk huis, maar niet zonder een paar pakjes op zak.

Ik werd gek van bezorgdheid. Ik wist nog niet dat het niet de laatste keer zou zijn. Bezorgd om dat lieve meisje waarmee ik zo lekker kon knuffelen. Ik zat destijds in een relatie waarin ik helemaal niet het gevoel had dat ik nodig was, eerder het tegenovergestelde. Ik voelde me al jaren klein en overbodig en nu was er iemand die me wèl nodig had. Ik was verkocht.
Dagen reageerde ze niet op telefoontjes en appjes. Ik moest er maar op vertrouwen dat ze bij haar ouders veilig was, maar daar was ik niet van overtuigd. Er ging van alles door mijn hoofd. Want ja, hoe krijg je borderline?  Wat was er aan de hand? Ik had er geen idee van, maar het ging me aan. Het ging me heel erg aan.

Later hoorde ik via een vriendin dat ze thuis op aanraden van de familiedokter – naast voldoende alcohol om te voorkomen dat ze een delier zou krijgen – ook nog valium kreeg om te kalmeren. Waarna ze aan de eettafel van haar stokje was gegaan. Ja, dat was geen wonder. Ik heb haar moeder ervoor uitgefoeterd. Hoe kom je er op..
En omdat ze een beetje stikte in het huis waarin ze werd geboren, trok ze een dag of wat later naar Groningen Stad waar ze werd opgevangen door een goede vriendin, maar dan niet zonder dat ze eerst via oude contacten aan nog meer coke probeerde te komen. Wat ze niet kreeg overigens, die zagen ook wel dat het niet goed ging. Daar heeft ze een paar dagen uitgepuft en kwam ze weer een beetje tot zichzelf. Ik was zo blij toen ik haar weer zag toen ik haar na een klein weekje ging ophalen om haar naar huis te brengen. Ik had tranen in mijn ogen en zij ook. Het had echt mijn hart gebroken.

Ze was bang om weer alleen thuis te zitten, maar de Jellinek had geen plaats en verwees haar door naar een crisisafdeling van Mentrum op de Vlaardingenlaan in Amsterdam. Dat bleek achteraf een slecht idee, maar dat wisten we toen nog niet. Ik heb haar daarheen gebracht, met een tasje kleren. Had ik dat maar niet gedaan. Ze werd zo’n beetje voor de wolven gegooid: voortdurend lastig gevallen door de mannen daar. Een meisje dat er gelijktijdig zat is er zelfs aangerand. Wie ooit op het idee is gekomen dat dit voor vrouwen een veilige omgeving is om even op adem te komen, verdient ontslag.
Intussen kwam ik iedere dag op bezoek. Ik bracht wat te eten mee, of een smoothie. En we vreeën op dat deprimerende kamertje. Omdat ze angstig was in het donker heb ik haar een nachtlampje gebracht. Ik omringde haar met liefde, stuurde appjes en muziekjes en was eigenlijk de hele tijd met haar bezig. Intussen werd ze op die groep het hof gemaakt door een van de mannen daar, maar dat soort dingen heeft ze vaak niet eens door. Argeloos en needy, en heel empathisch: mijn lief is voor veel mannen onweerstaanbaar.

Het was de voorbode voor de donkerste periode in onze relatie. Want die man bleek anders dan hoe hij zich voordeed. Ze was weer thuis na een paar weken, in afwachting van haar opname bij de Jellinek. Soms bleef ik slapen en vroeg me dan af wie er toch de hele tijd appjes stuurde en belde, zelfs midden in de nacht. Dan trilde die telefoon weer op het nachtkastje. Ze nam niet op maar zat wel iedere keer rechtop in bed, helemaal van streek. Ik verdraag dat geluid nog steeds niet.

Veel van wat in die tijd is gebeurd is een beetje vervaagd in mijn herinnering. Maar ik herinner me wel de gevoelens van onrust, wanhoop en machteloosheid die zij voelde, en ik met haar. Die keer dat ik haar thuis aantrof, dronken en in tranen op de grond terwijl ze zichzelf probeerde te snijden met een potscherf. Ik heb haar toen letterlijk opgeraapt.
Of die keer dat ik mijn busje achteruit de voortuin in reed om onder haar slaapkamerraam op het dak te klimmen, want ik was er bijna zeker van dat ze dood in bed lag. Ik had al een dag en een nacht niks meer gehoord, vandaar. Ik had zelfs haar moeder gebeld omdat die een sleutel had. Die kwam helemaal uit Groningen en we waren opgelucht dat we haar niet aantroffen totdat ik haar buiten op straat naar de voordeur zag wankelen.

‘Waar ben je geweest, vroeg ik?’ Daar wilde ze geen antwoord op geven. Achteraf kan ik alleen maar raden hoe ze zich voelde toen ze mij en haar moeder aantrof. Ze was die nacht bij een man geweest, zo dronken geworden dat ze in de badkamer met haar hoofd tegen de tegels was geklapt. En ze kon zich niks herinneren van wat er verder gebeurd was.
Dat kwam hard binnen. Ze was vreemd geweest. Of nou ja, eigenlijk niet maar zo voelde het. ‘Jij hebt toch ook een vrouw’ zei ze boos. Ja, dat was zo. En het was ook waar dat ik al een aantal keren had gezegd dat we wat afstand moesten nemen van elkaar. ‘Om je herstel niet in de weg te staan’, vond ik. Zij vond dat ik het  had uitgemaakt. En ze kon niet alleen zijn, dus nou ja.
Ik deed heel erg mijn best het haar te vergeven en zat braaf naast haar bed in het AMC toen bleek dat die klap op de tegels tot een hersenschudding had geleid. Het maakte me op dat moment eigenlijk niet uit wat voor soort relatie wij nu precies hadden. Ze had hulp nodig en die wilde ik haar bieden. Daarvoor moest en zou alles wijken.

Ze ging voor de vierde keer naar Jellinek om even van de straat te zijn en nu echt van de drank en de drugs af te komen. Ze moest wel. Het was ook een voorwaarde voor vervolgtherapie. Je moet eerst brandschoon zijn voor je in je vuil gaat roeren, vinden ze in therapieland. Vanwege de opname moest haar kat gaan logeren bij de ouders. Ik bracht haar en Ozzy naar Groningen. Die rit was verschrikkelijk. Nu had ze echt totaal gefaald. Ze was gespannen en verdrietig en toen de telefoon weer ging knapte er iets en heeft ze me (bijna) alles opgebiecht.
‘Dat is mijn stalker’ zei ze. Het was die kerel was waar ze een hersenschudding opliep, en dat ze die had leren kennen op de Vlaardingenlaan, een junk met een sterk Amsterdams accent, ik had hem wel eens gezien. En dat ze hem al zo vaak had gezegd dat ze op mij verliefd was. Maar hij luisterde niet, bleef haar lastig vallen. ‘In de tijd dus dat ik iedere dag met een bakje eten en een smoothie op bezoek kwam bij je?’ ‘Ja, inderdaad.’  Ik voelde me echt een lulletje.

Maar intussen had ik ook niet zoveel opties meer. Mijn relatie was nu wel echt definitief op de klippen gelopen. En ik bivakkeerde dus bij Roos. Ze was er toch niet. En terwijl ik daar in mijn eentje aan haar eettafel zat, las ik de schema’s die ze bij DGT had gemaakt. Mijn hart brak weer. Dat lieve onhandige wezen. Toen pas kreeg ik een beetje inzicht in wat zich allemaal in haar binnenste afspeelde. En dat was niet mis.

We waren inmiddels wel echt een setje. Het vriendje in de bak in Kroatië was naar de achtergrond verdwenen en om voor eens en altijd met die stalker klaar te zijn, nam ik op een nacht haar telefoon op en maakte die gast duidelijk dat hij mijn meisje met rust moest laten. De volgende dag waren er meer dan tien voicemailtjes met steeds grovere opmerkingen en bedreigingen. Daar zijn we aangifte van gaan doen bij de politie, maar toen we weer thuis waren, eiste ik dat ze nu het hele verhaal maar eens op tafel moest leggen.

Dat kon ze niet. Ze schaamde zich zo erg. Ze klapte dicht en ze vluchtte naar haar slaapkamer. Ik zat een uur beneden te mokken en te mopperen en ik stond op het punt om boos weg te gaan, tot ze me riep met een dun stemmetje. Toen ik boven kwam keek ze me zo verschrikkelijk bang aan, ik zal die blik nooit meer vergeten. En pas toen zag ik alle lege blisters op haar bed en op de grond liggen. Ze had alle pillen die ze in huis had ingenomen. Op het nachtkastje lag een briefje. Op de achterpagina van een puzzelboekje stond: ‘Het spijt me Patrick, ik neem mijn verantwoordelijkheid. Ik trek het niet meer’. Ja, ik heb een briefje met mijn naam erop..

Ik wist niet wat ik moest doen. Ik heb er in mijn paniek zelfs nog een klap gegeven en haar naar de badkamer gesleurd en geroepen dat ze nu moest gaan overgeven! Nu! Dat kon ze niet en ze begon al een beetje weg te vallen. “Bel 112′, zei ze zelf nog. Dat heb ik gedaan en binnen een kwartier stond de politie aan de deur en niet veel later een ambulance. Ik voelde me zo schuldig. Dit was omdat ik haar onder druk had gezet.

Ik ben achter de ambulance aangereden naar de Eerste Hulp van het AMC en heb een nacht naast haar zitten waken. Ze was in coma, maar kennelijk zijn honderd citaloprammetjes niet zo dodelijk en haar maag werd niet leeggepompt. Toch was het de langste nacht van mijn leven. Tegen de vroege ochtend waren haar vader en moeder er en ben ik doodmoe naar huis gegaan om een paar uur te slapen. Ze kwam weer bij toen ik er niet was.
Haar moeder was kwaad. Op mij. Op alles en iedereen. Begrijpelijk. Ze wilde haar dochter beschermen. Ik moest de relatie onmiddellijk beëindigen maar dat heb ik naast me neergelegd. De volgende dag pakte ik een tas voor haar in met wat kleren en bovenop Popje, haar knuffel want ik dacht dat ze die nu meer dan ooit nodig had. Dat was ook zo.
Ik weet nog hoe verslagen en verward we allebei op de rand van het bed zaten daar, toen we even alleen waren. Dat was niet zo vanzelfsprekend. Je bent even niet zo vrij in je handelen als je voor een suïcidepoging bent opgenomen. We noemen het TS (tentamen suicidii) sindsdien. Dat voelt minder ongemakkelijk. Maar ik heb haar daar ook beloofd dat ik haar nooit meer alleen zou laten en ervoor zou zorgen dat haar nooit meer iets ergs zou overkomen.  Tot nu toe heb ik me aan die belofte gehouden.

Intussen voelde ik me nog steeds heel erg gekwetst. Dat leidde tot spanningen en zelfs slaande ruzies. Mijn vertrouwen was weg. Ik vond haar ontoerekeningsvatbaar, zeker na een slok, en ze mocht van mij niet alles meer. Door haar aan een kort lijntje te houden kon ik ook pijn voor mezelf voorkomen, bedenk ik me nu. Die pijn hield ik toen maar even voor mezelf. Pas veel later, tijdens een driegesprek  met een therapeute op De Viersprong waar ze MBT volgde, kreeg ik de ruimte om mijn boosheid en verdriet te laten zien en kon ik het loslaten. Dat was zo’n beetje het enige dat de Viersprong voor mij heeft gedaan in de drie jaar dat ze naar Duivendrecht ging. Maar het was het waard.

Pek

Volgende keer: therapie therapie therapie

Back To Top