skip to Main Content

Een aantal maanden geleden hoorde ik van mijn psychiater dat er een hulpverlener was toegevoegd aan mijn dossier. Die bewuste hulpverlener was er verantwoordelijk voor om mijn fysieke gezondheid, in samenwerking met al mijn psychische medicatie, in kaart te brengen. Dat hij mij dat niet eerst vriendelijk gevraagd had, slikte ik maar in, want ik was maar al te blij dat er iemand was die dat ging doen binnen de organisatie. Ik slik nu ongeveer al 26 jaar medicijnen en in plaats dat er wat vanaf kon, kwam er steeds meer bij. De laatste jaren ging ik ook steeds meer denken: zoveel medicatie kan toch niet goed zijn voor een mens? Van mijn nieuwe hulpverlener hoorde ik dat ik met bepaalde medicatie op termijn hartklachten kan krijgen, dus werd ik met een verwijzing heengezonden naar de afdeling cardiologie van het plaatselijke ziekenhuis.

Een paar dagen later meldde ik mij aan voor een hartfilmpje en werd ik opgehaald door de verpleegkundige. Ik kwam de kamer binnen en moest het een en ander al uit trekken om de plakkers en snoeren aan te koppelen. Maar voordat ik mij op de behandeltafel kon laten zakken, moest ik nog even op de weegschaal gaan staan. Ik zal jullie het getal besparen, maar neem van mij aan dat het zwaar is, sterker nog: het is loodzwaar! De afwijzing was van haar gezicht te lezen met daarbij wat gemompel. ‘Tja, u bent wel erg zwaar, hè?!’ zei ze. Waarop ik vrij laconiek reageerde en zei: ‘Ik heb al heel mijn leven een eetstoornis. Nou, het is eigenlijk meer een eetverslaving, en daar vecht ik ook al mijn hele leven tegen. Sinds vier jaar krijg ik eindelijk de juiste therapie daarvoor. En daarbij zijn de ergste boosdoeners de medicatie die ik de afgelopen zeven jaar erbij heb gekregen en die ik met geen mogelijkheid kan/mag afbouwen. Binnen de psychiatrie is het een gegeven dat de meeste mensen aankomen door medicatie. En niet een beetje, je spreekt al gauw van 25 à 30 kilo. Je gaat vreten door die troep en als je dan ook nog een eetstoornis hebt, is het gewoon echt niet meer te doen!’ Maar ze was nog niet klaar met haar betoog: ‘Ja, maar nu bent u aan zet. U moet er echt iets aan doen. U moet gaan wandelen, de paden op, de lanen in. U mag geen suiker meer eten en geen koolhydraten. Groente, groente, groente is het devies.’ Dan vraagt ze ter controle nog even mijn geboortedatum. ‘Oh, je was altijd op Koninginnedag jarig,’ zegt ze. Ik reageer: ‘Ja, toen hing iedereen nog de vlag voor mij uit!’ ‘Ach ja,’ zegt ze: ‘Misschien hangen de mensen de vlag weer voor u uit als u onder de 100 kilo komt.’

Ik word stil en geef het op. Deze mevrouw heeft een duidelijke beroepsdeformatie. Daar is geen kruid tegen gewassen. Op weg naar huis spookt er door mijn hoofd: wat is er zojuist gebeurd en is dat me echt overkomen? Bij thuiskomst ben ik woest en heb ik besloten een klacht in te dienen. Wat denkt Mevrouw “maatje” Strijkplank wel! Ook ik weet dat het bij deze mensen nooit aan zal komen. Mijn man zegt: ‘Yezz, zet dat mens uit je hoofd, concentreer je op positieve dingen.’ Waarop ik nog tegensputter en zeg: ‘Maar ik mag daar toch wel wat van zeggen of niet dan?’ ‘Je hebt het hartstikke goed gedaan. Je bent rustig gebleven en je hebt haar uiteindelijk laten aanlullen, beter kan niet.’ antwoordt hij. En dat irriteert mij eigenlijk nog het meeste, dat ik zo aan de grond genageld stond bij haar en dat ik niets meer kon uitbrengen. ‘Oh, wat had ik haar graag d’r vet gegeven.’ ‘Nou,’ zegt mijn man: ‘Dan bel je toch de afdeling op en vraag je hoe ze heet, dan maak je de volgende keer bij een ander een afspraak.’ Dat is mijn vent, hè. Niet meteen met een gestrekt been erin, maar een andere oplossing bedenken, die ook vele malen beter is voor je rikketik.

Na een tijdje kan ik het verhaal met een lach vertellen, omdat ik weet dat er zoveel achterbakse mensen zijn zoals zij. Ze zijn van mening dat ze alles maar tegen je kunnen zeggen. Ze weten totaal hun plek niet en ik moet toegeven dat ik dat de laatste jaren steeds erger vind worden. Bemoei je met je eigen zaken en geef mensen alleen advies als ze er zelf om gevraagd hebben. Ach weet je, over een jaar zal ik vast weer een hartfilmpje moeten laten maken. Dan ga ik gewoon naar hetzelfde ziekenhuis en hoop ik dat zij het weer moet doen. Met een uitgestreken gezicht zal ik haar een veeg uit mijn pan geven en daarna doodleuk de deur uitlopen en zeggen: ‘Neem je eigen bloeddruk maar op, Mevrouwtje Strijkplank!’

Yezzie

Back To Top