skip to Main Content

Voor de tweede keer in mijn leven raakte ik langdurig ziek. We woonden net een paar maanden in Zeeland toen ik opnieuw gekeurd moest worden. Via de vakbond had ik bij mijn eerste keuring al een WAO-begeleider meegenomen. In Zeeland werd dat een andere meneer en die drukte mij op het hart dat ik een up-to-date diagnose moest hebben. Ik vond dat vreemd, want de aandoeningen die ik heb zijn chronisch en raak ik nooit meer kwijt. Maar goed, met zo’n herkeuring op handen, wilde ik mij toch goed voorbereiden.

Er was een nieuwtje binnen de familie. Mijn moeder had het een en ander uitgezocht en had het vermoeden dat mijn vader ADHD had. Toen ik er zelf in dook, moest ik haar gelijk geven. Ze gingen samen naar een psychiater, misschien kon hun falende relatie nog wel hiermee gered worden. Mijn vader bleek inderdaad ADHD te hebben. Voor ons een logisch gevolg, want mijn vader kende ik niet anders. Maar er ging bij mij ook een lampje branden, zou ik ook ADHD hebben? Ik had net die hele psychiatrie vaarwelgezegd en daar bedoelde ik ook echt vaarwel mee, maar door die meneer van de WAO was ik toch weer getriggerd. Misschien is het toch beter om het wel te doen? Als ik het niet doe, krijg ik misschien spijt? Misschien zou Ritalin ook iets voor mij zijn? Ik wilde dolgraag een antwoord op de vraag: Wat moet ik doen om beter te worden? Ik had daar echt alles voor over.

Ik nam contact op met de psychiater van mijn vader. Hij gaf aan dat ik niet bij hem in behandeling zou kunnen, omdat mijn vader zijn patiënt is. Dat zou tegen de beroepsethiek van de psychiatrie zijn. Maar, hij kon wel mijn diagnostiek doen. Ik had weer enigszins hoop gekregen, dat kwam ook omdat deze psychiater een eigen praktijk had en niet bij de reguliere GGZ hoorde. Dat wilde ik graag. Geen spv’ers en psychologen meer. Ik wist dat ik nu het echte werk nodig had. Nu wilde ik alleen nog maar psychiaters.

Er volgde intensieve gesprekken en in die gesprekken sprak hij oprechte spijt en zorg uit dat zijn collega’s zo nalatig waren geweest in de zorg naar mij. Het was voor mij de eerste specialist die empathisch gedrag vertoonde en begaan was met zijn patiënten. Ik voelde me eindelijk gezien en gehoord. Ik voelde me serieus genomen. Hij sprak ook uitvoerig met mijn man en mijn ouders om zo een compleet mogelijk beeld te krijgen. Ongeveer twee maanden later was de uitspraak. Ik bleek bipolair te zijn met nog enkele aanverwante stoornissen en als klap op de vuurpijl: trekken van borderline. Ik was verbijsterd. Gek genoeg dacht ik niet te lijden aan een ernstige stoornis, maar toen deze uitslag viel, was ik wel even van mijn apropos. Godallemachtig, wat moest ik hier in godsnaam mee?! Ik had nu zoveel labels gekregen dat ik er gewoon een potje mee kon gaan kwartetten. Maar deze uitkomst liet mij beseffen, dat ik echt een serieuze psychiatrische ziekte had, waar ik nooit van zou kunnen genezen. Het maakte mij zo ontzettend triest. Ik had eigenlijk altijd de hoop gehad dat het na intensieve therapie wel een keer klaar zou zijn. Ik was namelijk al een paar keer uit behandeling geraakt, dat gaf hoop. Helaas had de toekomst nog meer in petto.

Een klein jaar later zou ik met terugwerkende kracht volledig arbeidsongeschikt worden verklaard vanwege de fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom. Ik was zo gelukkig! Mijn leven was zo’n hel geweest. Ik kon gewoon niet meer. Ik sliep standaard 12 uur op een dag. Als ik een feestje had gehad, moest ik daar een hele week van bijkomen en sliep ik minstens 16 uur op een dag en de overige uren verkeerde ik op een andere planeet. Mijn man kon niets met mij beginnen. Mijn ziekte zou in de jaren erna nooit meer verbeteren. Ik zou langzaam steeds verder achteruitgaan.

Maar Zeeland gaf positieve energie. Ik kon eindelijk bijkomen na jaren van roofbouw. Ook mijn brein stabiliseerde zich. Mijn psychiater verwees mij na de diagnostiek door naar een goede collega. Hij zei letterlijk: ‘Ik wil dat je naar een goede psychiater gaat en ik heb er een, maar daar moet je wel een stukje voor reizen.’ Dat was wel het laatste waar ik mij druk om maakte. Ik moest daarvoor naar Zeeuws-Vlaanderen en ik zou vier uur reistijd hebben, maar al bij onze eerste ontmoeting was ik zo blij. Het voelde meteen goed. Ik was mijn oude psychiater zo dankbaar. Hij had mij echt serieus genomen. Ook mijn nieuwe, Belgische psychiater nam mij uiterst serieus. Ook hij was onder de indruk dat de zorg zo veel steken had laten vallen in de behandeling van mij. Voor mij betekende dat zoveel. Zie je, ik heb altijd al gelijk gehad! Bij hem zou ik mijn slechte ervaringen met behandelaren gaan verwerken.

Ik schreef voor elke afspraak een brief met hoe het met mij ging en wat ik wilde. Daar schreef ik ook bij dat deze briefwisseling bestemd was alleen voor hem en dat niemand anders het mocht lezen. Zoals ik het nu bekijk had de reguliere GGZ mij beschadigd tot op mijn bot en daar was heel wat voor nodig om er weer een laagje huid op te krijgen. In die jaren dat ik bij mijn lieve Belgische psychiater liep, kreeg ik het vertrouwen in de beroepsgroep weer terug.

Hij heeft zo ontzettend veel voor mij betekent. Hij roerde ook het onderwerp kinderen weer bij mij aan. Tja, dat lag al een tijdje stil door alle consternatie. We gingen in gesprek hierover. Voor het eerst zei ik hardop: ‘Ik wil gewoon heel graag kinderen!’ Het was een aardverschuiving. Jeetje, zei ik dat nu echt? Maar toch had ik nog genoeg angsten. Kan ik naast mijn psychische klachten wel fysiek een kind opvoeden? Met de fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom leek het mij niet te doen eerlijk gezegd. Want ik voel een vermoeidheidsaanval niet aankomen. In ene wordt mijn lijf zwaar, kan ik mijn ogen niet meer openhouden en kan ik nog maar één ding: horizontaal gaan.

Hij stelde voor om eens inzichtelijk te gaan maken hoe een dag/week er bij mij uitziet. Met veel ijver ging ik aan het werk. Het was heel confronterend om mijn levensloop op papier te zien, maar daaruit kwam wel naar voren dat er niet veel verbetering meer in zat. Mijn psychiater deelde dezelfde mening, nadat hij mijn schema gezien had: ‘Jij hebt al je energie nodig om op de been te blijven,’ zei hij. ‘Probeer dat eerst maar even een plek te geven. En aan het onderwerp kinderen komen we nog wel. Het is nu zaak om even op adem te komen van alles. Je hebt het zwaar gehad.’ Ik moest mezelf echt knijpen: Was dit nu mijn psychiater? Kreeg ik nu eindelijk de zorg die ik zo verdiende? Tja, gelukkig zijn er nog steeds uitstekende hulpverleners en ik besloot meteen dat ik het voor minder in de toekomst niet meer zou doen.

Yezzie

Back To Top