Ga naar hoofdinhoud

Het is inmiddels 8 jaar geleden dat ik de deur van de gespecialiseerde GGZ achter mij dicht deed.

Op mijn 13e kreeg ik te horen “persoonlijkheidsstoornis in ontwikkeling” en vanaf mijn 15e werd dat Borderline. Het voelde als een soort extra straf. Je bent misbruikt en mishandeld en dan krijg je daarvoor een stempel op je voorhoofd. Alsof het aan mij lag? Alsof mijn gedrag zo “gek” was als je tegen een boze wereld vocht, midden in je puberteit. En toch, identificeerde ik mij ermee. In de GGZ werd ik als normaal beschouwd terwijl in de gewone wereld was ik “die gek”.

Van mijn 13e tot mijn 21ste was het op- en af van gesloten opnames vanwege suïcide en destructief gedrag. Dagbehandeling, poliklinische behandeling, gesloten opnames, open opnames. Ik heb het allemaal voorbij zien komen. En van alle groepen waar ik onderdeel van ben geweest, is er de loop de jaren, 1 iemand overleden. Inmiddels staat daarmee de teller op 5. Het is een trieste realiteit. Ik zat in diezelfde trein. Sterker nog, iedereen was overtuigd dat ik de volgende zou zijn.

En nu, achteraf kan ik zeggen… dat ook ik dat had verwacht. Toen vond ik mijn problemen niet zo heftig als die van andere. Alleen die andere kregen een normaal leven, kregen inmiddels een gezin, zijn getrouwd en maakte hun opleiding af. En ik? Ik bleef telkens hetzelfde rondje behandeling afgelopen. Het vicieuze cirkeltje, hoe doorbreek je dat als je op een geven moment, je geïdentificeerd hebt met de diagnose Borderline? Ik had geen Borderline, ik was gewoon een Borderliner.

Op mijn 21ste begaf ik mij in een netwerk van mede Borderliners. Ondertussen had ik een nogal toxische relatie met een stuk oudere man. Dat jaar gebeurde er iets in mij. De relatie kwam ten einde en in plaats van steun krijgen van mijn vrienden, kwam ik lijnrecht tegenover ze te staan. En toen realiseerde ik mij, ik ben niet één van hen… Hoe impulsief het nu ook klinkt, het is de beste beslissing die ik ooit heb genomen; the point of no return. Ik verbrak op de één op andere dag al het contact met mijn netwerk.

Ik solliciteerde bij vrijwilligerswerk dat niets te maken had met GGZ en ik verhuisde naar een nieuw onderkomen, waar ik opnieuw kon beginnen. In een maand tijd waren alle schepen achter mij verbrand. Maar deuren die sluiten opende nieuwe deuren. Ik maakte nieuwe vrienden in de “normale” wereld. Ik voelde mij veilig in mijn eigen huis en er kwam rust. Ik stopte met medicijnen en therapie. De eerste maanden, misschien zelfs wel de eerste twee jaar, voelde ik mij een beetje ontheemd. Ik geloofde niet dat het goed bleef gaan, een soort stilte voor de storm. Ik wist eigenlijk helemaal niet zo goed wat nou normaal was. Maar langzaam maar zeker, kon ik mij spiegelen aan het gezonde leven en merkte dat issues uit mijn leven, misschien best gewoon, normale, gezonde issues waren.

Ook had ik extreem gedrag niet meer nodig omdat er geen extreme gebeurtenissen meer kwamen. Er waren niet bijzonder grote problemen of bijzonder heftige situaties, simpelweg omdat mijn hele omgeving gewoon het normale leven leefde. Net voordat de coronacrisis aanbrak riep ik zelfs “ik vind het leven maar saai worden”. Ik was gewend om van crisis naar crisis te gaan. En nu duurde dat rustige vaarwater zo lang, dat ik dacht, waar is de reuring? Ik vond het tijd worden voor een volgende stap.

Ik ging terug naar school om het VWO af te maken, ik zou een verre reis gaan maken en kijken wat mogelijk is met betrekking tot mijn kinderwens. Ik durfde weer te leven. Hoe het dan nu gaat? Of ik nooit meer ongelukkig ben geweest? Is mijn leven nu fantastisch? Nee, dat zou een illusie zijn. Elke stap vond ik doodeng en is ook niet eenvoudig geweest. En toen werd ik midden in de coronapandemie heel erg ziek (geen corona) en kwam ik in een rolstoel terecht. Ik moest naar een dagbehandeling voor revalidatie. Het bracht oude pijn boven.

Al was dit nu voor fysieke problemen, de structuur van therapie is niet heel anders als dat van GGZ. Het benauwde mij, maar ik moest beter worden. De dreigende depressie, misschien beter te omschrijven als rouw, daar heb ik hulp voor gevraagd. Geen gespecialiseerde ggz maar gewoon een APK’tje in de eerstelijns zorg. De diagnose Borderline blijft mij tot de dag van vandaag wel achtervolgen. De huisarts wilde het niet uit mijn dossier halen en bij mijn aanmelding voor alleenstaande moederschap in de fertiliteitskliniek, moesten de rapporten uit de GGZ worden aangeleverd. Het maakte mij boos en verdrietig. Alsof mensen niet kunnen veranderen? Ik heb afgelopen acht jaar 3x een nieuw psychiatrisch onderzoek aangevraagd en gekregen. Borderline werd in alle gevallen als eerste van tafel geveegd.

Tot de dag van vandaag krijg ik, ondanks dit nieuwe onderzoek, het niet geheel uitgewist en als je daar tegen vecht, zal er altijd iemand zeggen “zie je wel, nogsteeds een borderliner”. Ik heb daar nog geen remedie tegen gevonden. Het maakt daarmee duidelijk hoe hard Stichting Borderline nog nodig is. Antistigmatisering en de eindeloze discussie of Borderline een diagnose voor het leven is mag wel eens teneinde komen. Ikzelf durf met volle overtuiging te zeggen dat als jij inplaats van Borderliner te zijn, weer iemand wordt met Borderline, dat jij dan al aan het begin staat van een diagnose vrij leven. Ik ga dit jaar, met wat aanpassingen, alsnog mijn reis maken. Ik heb de helft van mijn diploma binnen door deelcertificaten en ga daar komende tijd nog mee door. Mijn kinderwens heb ik nog niet laten varen maar daarvoor moet ik eerst nog een beetje meer beter worden. Inmiddels is mijn APK’tje bij de psycholoog weer afgerond en kan ik zeggen dat ondanks het leven mij aan het wankelen heeft gebracht, dat ik zelfs in de heftige omstandigheden van afgelopen twee jaar, ben blijven staan. “Life is not waiting for the storm to pass but learning to dance in the rain.”

Geschreven door Amy