Geknakte zonnebloemen

‘Stom, stom kutwijf! Was je maar dood! Stopte je maar met het verzieken van andermans leven en ging je maar hartstikke dood!’ Mijn voeten slepen zich met iedere stap moeizamer voort en de twee tassen in mijn handen trekken mijn armen verder omlaag. Af en toe schuurt er eentje over de grond en ik heb het gevoel alsof ik ontplof van ergernis als dat gebeurt. De warme zon voelt als een aanval op mijn loden lichaam en de weg naar mijn huis lijkt eindeloos voort te duren. Het is maar goed dat mijn vriend mij min of meer naar huis heeft gestuurd. Vanaf het moment dat ik weg begon te raken was dat waarschijnlijk de enige oplossing om een beetje van zijn dag te redden. Hij was vast ook bezorgd om mij en hij zal wel echt denken dat het beter voor me is om even alleen te zijn, maar ik heb geen zin om het nu van zijn kant te bekijken.

Als ik dadelijk thuis ben ga ik zo snel mogelijk een mesje zoeken. De hele gebeurtenis ontvouwt zich al in mijn hoofd. Het stappenplan is me zo bekend. Mesje pakken, snijden, zakdoekjes bij de hand hebben om het bloed weg te deppen. Wachten tot al mijn gevoelens me verlaten en ik leeggebloed achterblijf. Mijn hele wezen verlangt naar die ontlading.
Woede en frustratie dringen naar de voorgrond omdat ik ook al weet dat ik daarna helemaal niet opgelucht zal zijn. Daarna voel ik me alleen maar schuldig en stom. Daarna moet ik me weer wekenlang zorgen maken of niemand de wonden ziet en voor het geval iemand ze ziet een geldige verklaring bij de hand hebben. Ik voel me al moe worden bij het idee.
Mijn huis is stil en leeg en ik zet zo snel als ik kan muziek op, vergetend dat mijn laptop een week daarvoor helemaal leeggehaald is. Het enige nummer dat ik wil horen staat er niet meer op. Woest zoek ik het nummer op internet op. Mykonos van Fleet Foxes. Voordat de muziek start kijk ik mijn verwilderde tuin in, ik ben erachter gekomen dat ik geen groene vingers heb, en ik zie dat mijn reuze zonnebloemen zijn omgewaaid. In mijn fantasie ren ik de tuin in en trek ik alles uit de grond, ik wil dat mijn tuin alleen nog maar een kale vlakte is. Mijn tuin moet er uitzien zoals ik me voel;  als een restant van woede en haat. Ik kan de energie niet opbrengen om van mijn bank af te komen.
Mijn straffer heeft me weer te pakken gekregen. Hij wil dat ik alles kapot maak. Alles in mij en alles om me heen. Maar ik blijf hier gewoon zitten tot hij weggaat, al zit ik hier een week. Die kutstraffer kan de pot op.

Terug naar het overzicht