Eenzaamheid, drugs en hervonden kracht

‘Het is eigenlijk al vroeg begonnen. Ik ben opgegroeid in een vrij instabiel gezin met mijn vader, moeder en oudere broer. Mijn vader was vrachtwagenchauffeur en lange periodes weg van huis, dan moest mijn moeder het alleen rooien. Als mijn vader wel thuis was dan maakten mijn ouders veel ruzie, ze pasten niet goed bij elkaar. Mijn vader had er een handje van om zich op mij af te reageren. Bij de hulpverlening was ons gezin bekend maar er heeft nooit iemand echt ingegrepen.’

‘Op school was ik een eenling, ik zonderde me snel af en werd doelwit van pesterijen. Het pesten zorgde ervoor dat ik me nergens meer prettig voelde en de drang kreeg om rond te zwerven. Als ik maar weg was van school en huis. In mijn puberteit bracht ik uren door in de bibliotheek, waar ik las over suïcide en psychische aandoeningen.’

Destructieve periode
‘Vanaf die tijd heb meerdere malen een suïcidepoging gedaan en ik heb verschillende korte opnames gehad. Ik had zo’n diep wantrouwen jegens mensen ontwikkeld dat ik me niet wilde laten behandelen. In plaats daarvan ging ik door met het zwerven door de stad, ik liep uren door Hoog Catherijne en doolde door Amsterdam. Ik bezocht nachtclubs en feesten en raakte in contact met mensen die drugs gebruikten. Mijn leven was me niet veel waard, ik gooide mijn paspoort en rijbewijs weg, was vaak knock-out. Mijn leven speelde zich voornamelijk af op straat en dat is puur overleven, het is een keiharde wereld.’

‘In die periode had ik soms contact met mijn ouders waar ik aanklopte voor hulp of onderdak maar meestal ging dat niet lang goed. Via de bekende talkshow Catherine kwam ik in contact met een lotgenotenorganisatie voor mensen met een doodswens. Ik vond een begeleider in Utrecht waar het mee klikte. Hij stond altijd voor me klaar, als ik op het politiebureau zat of weer eens naar het ziekenhuis moest.’

Het keerpunt
‘Op een gegeven moment zat ik er zo doorheen en had ik een keuzemoment; ik zag mijn leven en dacht; het is of stoppen met het leven óf stoppen met de drugs. Van het ene op het andere moment ben ik gestopt met de drugs. Het was een enorme stap vooruit. Dankzij een lotgenotengroep heb ik veel geleerd over hoe ik beter kan omgaan met borderline. Ik heb veel inzicht gekregen over wat borderline met je kan doen. Die ervaringen kan ik nu gebruiken bij vrijwilligerswerk, ik beantwoord een lotgenotentelefoon.’

‘Tussen de begeleider en mij is uiteindelijk ruzie ontstaan. Hoewel het met mij steeds beter ging kreeg ik het gevoel dat mijn begeleider mij afhankelijk wilde maken, dat ging botsen. Ondertussen ben ik een paar jaar redelijk stabiel. Ik heb mijn eigen woning, diverse cursussen gevolgd, vrijwilligerswerk gedaan en een tijd een relatie gehad. Ja, ik ben een stuk sterker geworden.’

Terug naar het overzicht