De positieve invloed van huisdieren

Er is al veel onderzoek gedaan naar de invloed van het hebben van huisdieren. Los van de wetenschap kunnen wij zelf ook wel bedenken dat een uurtje wandelen met de hond, de gekke capriolen en het knuffelen met je kat een gevoel van ontspanning kan geven. Huisdieren hebben een positieve invloed op mensen, of ze nu ziek zijn of niet.

Zo zouden mensen die een huisdier hebben gelukkiger zijn dan mensen zonder. Ook zijn zij met een huisdier minder eenzaam en hebben ze makkelijker contact met anderen. Ze leven langer en herstellen sneller na een operatie of ziekte. Ook ouderen hebben veel plezier van een huisdier. Gezelschap als remedie tegen de eenzaamheid. Ook het gevoel voor een dier te kunnen zorgen, speelt hierbij ook een belangrijke rol.

Uit een ander onderzoek bleek dat mensen met huisdieren 20% minder vaak naar de huisarts gaan dan mensen zonder. Het zorgen voor huisdieren kan een helende kracht hebben. Een huisdier kan de mens niet vervangen, maar kan toch een welkome aanvulling zijn en een bron van communicatie.

Een onderzoek van Mark Janssen heeft zelfs als conclusie: dieren kalmeren, verminderen depressiviteit  en voorkomen zelfdoding. Ze verhogen de eigenwaarde en bevorderen sociale contacten. Dit onderzoek heeft ook uitgewezen dat therapie met dieren leidt tot minder stress, hartklachten en minder gezondheidsklachten. Onderzoek onder ouderen gaf aan dat een kat bij maar liefst 82% van hen hielp bij het omgaan met stress en 62% met gevoelens van eenzaamheid. Ruim een kwart van de ouderen bleek hun diepste gevoelens liever met de kat dan met de partner of vriend te delen.

Hoe zit dat met het hebben van de borderlinepersoonlijkheidsstoornis en het houden van een huisdier?

Als ik voor mezelf spreek, herken ik dat heel goed. In de slechte, depressieve en vele suïcidale perioden in mijn leven had ik altijd steun aan mijn huisdieren. Vooral mijn honden waren erg gevoelig voor mijn stemmingen. Beide hadden hun eigen manier om mij te troosten. Ik had ook twee chihuahua’s. Als ik erg depressief was, kwam de een altijd bij me om te spelen. Hij hing dan een beetje de clown uit en plaagde de ander. Daar moest ik altijd erg om lachen. De andere troostte mij door boven op mij te kruipen.

Mijn honden hielpen mij door zeer moeilijke perioden heen. Alleen al het uitlaten, hielp enorm bij mijn dagstructuur. Dat betekende dat ik beweging had en elke dag wel contact met mensen had, die ook hun hond uitlieten.  Niets bijzonders zou je zeggen, maar voor mij een wereld van verschil. Bovendien had ik een enorm verantwoordelijkheidsgevoel voor mijn dieren (ik had ook nog eens vijf oude katten van een vriendin). Ik had het druk met uitlaten, aaien, schoonmaken, eten geven, ontwormen, vlooien enzovoorts. Ik wilde ze het optimale geven. Dat heeft mij wel eens behoed om plannen te maken voor suïcide. Ik dacht er wel aan, maar ik kwam er niet toe.  Een truc van mezelf? Het doet er niet toe. Voor mij werkte het.

Dat klinkt nu wel geweldig en positief, maar wie zorgt er voor de dieren als je in een crisissituatie terechtkomt? Of voor langere tijd opgenomen moet worden? Helaas heb ik beide situaties meermalen moeten meemaken. Nu heb ik fantastische ouders, die veel van dieren houden en de zorg ervoor op zich namen als ik opgenomen was. Maar na de derde opname in drie jaar, vonden mijn ouders dat dit niet langer kon. Logisch ook. De katten moest ik wegdoen. Gelukkig vond ik een Amsterdams “kattenvrouwtje”, die ze alle vijf wilde verzorgen tot er een nieuwe eigenaar zou komen. Dat was voor mij een moeilijke maar met het oog op de dieren wel de enig juiste beslissing. Daarbij kwam, dat ik het advies kreeg mijn huis op te zeggen en me in te schrijven voor begeleid wonen. Dan kun je geen honden meenemen en ik moest ze wegdoen omdat mijn ouders de zorg vanwege hun gezondheid ook niet langer aankonden. Dat was de moeilijkste en meest emotionele beslissing uit mijn leven.

Onder begeleiding van mijn moeder en een tante mocht ik uit de ‘separeer’ om thuis afscheid te nemen van mijn honden. Ze werden ’s middags opgehaald. Ik was zwaar depressief en suïcidaal en het enige wat ik kon doen, was ze urenlang vasthouden, tegen me aandrukken en knuffelen. Het gevoel dat ik ze in de steek liet, was overweldigend. Dit wil ik nooit meer hoeven meemaken!

Ik ben nu bijna een jaar verder. Al negen maanden weg van de gesloten afdeling. Mijn leven loopt weer goed, dankzij mijn medicijnen,  de inzet van mezelf, mijn grote liefde en mijn behandelaars. Het begint alweer te kriebelen: ik wil zo graag een hond. Nu ik een vaste relatie heb, stabiel ben en mijn vrijwilligerswerk goed gaat, begint het getwijfel of ik weer een hond zal nemen of niet. Eigenlijk wil ik eerst voor langere tijd stabiel zijn en zo goed als zeker zijn dat ik geen heftige terugval krijg. Als dat het geval is, ga ik samen met mijn vriendin een hond uitzoeken. En daar verheug ik me nu al ontzettend op.

Terug naar het overzicht