Bed-op-recept: mijn ervaring

Bed-op-recept……het klinkt zo klinisch…zo ziekenhuisachtig….zo van….ik ben gek…met een dwangbuis vastgeketend aan het bed…..Zo kwam het in eerste instantie op mij over, toen ik er de eerste keer van hoorde. Maar nu twee jaar verder, weet ik wel beter.

Toen ik aan mijn behandeling bij PsyQ in Den Haag begon, was ik heel crisisgevoelig en daarom vond mijn behandelaar het een goed idee om de module crisismanagement met bed-op-recept te volgen naast mijn therapie. Om de module bed-op-recept te kunnen gaan gebruiken, moest ik ook met een verpleegkundige de module crisissignaleringsplan volgen een keer per week.

Crisissignaleringsplan
Tijdens deze module stelde ik samen met de verpleegkundige mijn eigen crisissignaleringsplan op, dat ingaat op hoe ik reageer als ik in rusttoestand ben tot hoe ik reageer in zware crises, met alle fases er tussen in. Daarnaast gingen we kijken naar wat ik kan doen in de verschillende fases, om op een constructievere manier te reageren, dan hoe ik tot nu toe heb gereageerd in een crisis. Het is ook de bedoeling dat ik naar mijn crisissignaleringsplan kijk samen met een verpleegkundige, wanneer ik gebruik maak van mijn BOR (bed-op-recept).

Intake en crisisregeling
Zodoende kreeg ik een intakegesprek met het hoofd van de kliniek (zo wordt de plek waar je gebruik kan maken van je BOR genoemd). In dat gesprek werd mijn crisisregeling op papier gezet. In deze regeling werd afgesproken hoe vaak ik per week gebruik kan maken van het overnachten in de kliniek, en hoe vaak ik de kliniek mag bellen als ik in crisis raak. Je kan dan 24 uur bellen, maar je kan per keer maar 15 minuten praten met een verpleegkundige van de kliniek. En je moet je houden aan de afspraken.

Regels om structuur te geven
Ik mag vier keer per week zo’n 15 minuten bellen naar de kliniek, maar als ik voor de vijfde keer in dezelfde week bel, dan wordt me door de verpleegkundige, vriendelijk maar doelbewust, verteld dat ik mijn belafspraken voor deze week al heb verbruikt. Dit is om structuur te creëren voor de patiënt, zodat de patiënt weet waar hij of zij aan toe is. Daarom stelt ieder ook zijn eigen crisissignaleringsplan op, om te leren om tijdig de crisis af te weren, door de juiste preventieve stappen te zetten. In het begin was dit moeilijk, als ik in een crisis was en behoefte had aan praten, maar met deze duidelijke structuur leerde ik snel om juist te gaan bellen vóór dat ik al in een zware crisis zat. Zodoende had ik ook genoeg aan mijn vier gesprekken.

Het is ook niet zo dat ik zomaar kan komen wanneer ik wil. Ik moet bellen en aangeven dat ik gebruik wil maken van mijn BOR en dan kan ik meteen komen. Maar er zijn wel regels: ik moet altijd vóór tien uur ’s avonds bellen en dan vóór elf uur ’s avonds bij de kliniek zijn. Als ik later dan tien uur ’s avonds bel, dan mag ik niet meer komen. En je blijft 24 uur of in meervoud van 24 uur – dat ligt per persoon anders en ligt aan wat er afgesproken is in de crisisregeling.

Mogelijkheid tot verlenging van de BOR
De  regeling werd voor mij in eerste instantie voor zes maanden vastgelegd en de tweede keer voor een jaar. Wanneer de regeling bijna afliep, was het mijn eigen verantwoordelijkheid om voor die tijd mijn BOR te evalueren met mijn behandelaar en daarna met een verpleegkundige bij de kliniek. Wanneer daar een positief advies voor verlenging uit voortkwam, kon ik mijn BOR met nog een jaar verlengen bij het hoofd van de kliniek.

Het opnemen van mijn BOR naar behoefte
Als ik gebruik maak van de kliniek krijg ik bij aankomst een gesprek met een verpleegkundige, met wie ik kan praten over waarom ik in crisis ben en hoe ik me voel. Daarna bespreken we aan de hand van mijn crisissignaleringsplan, hoe ik mijn tijd in de kliniek het beste kan gebruiken om tot rust te komen. Dan krijg ik een sleutel van een eenpersoonskamer met douche en wc op de kamer en het bed is opgemaakt bij aankomst. Als ik weer wegga, moet ik zelf mijn bed opruimen. Verder wordt van mij verwacht dat ik uiterlijk negen uur op ben ’s ochtends en dat ik zelf mijn dag indeel en structuur geef. Het is niet de bedoeling dat ik de hele dag op bed lig – dat mag ook niet. Ook mag ik pas na vijf uur tv kijken. Deze regels zijn bedoeld om structuur te geven, en dat werkt goed vind ik, ’s avonds vooral als je in crisis bent.
Ontbijt en avondeten kan ik gebruiken in de kliniek (er is een keuken en een koelkast met brood, beleg, drinken etc.). Lunch wordt vers geserveerd en naar de kliniek gebracht vanuit de kantine op werkdagen rond half een. En dat is heel lekker eten hoor! In het weekend heb je de keuze uit verschillende diepvriesmaaltijden, die je zelf kan opwarmen in de keuken (iets minder lekker vind ik zelf…).

Hoe is het om gebruik te maken van je BOR?
In het begin was het een beetje eng, omdat ik de verpleegkundigen of de andere patiënten in de kliniek niet kende. Maar toen ik het een paar keer had meegemaakt, begonnen de kliniekdagen me juist rust en regelmaat te geven en ging ik meestal met een prettiger gevoel naar huis, dan toen ik kwam (wat ook de bedoeling is).

Wat voor soort mensen zijn er?
Ik kom vaak dezelfde mensen tegen op bepaalde dagen en op andere dagen andere mensen. Iedereen heeft zo zijn eigen patroon van regelmaat en rust. Er heerst meestal een fijne, rustige sfeer, waarbij je met elkaar kan zijn, maar je toch ook goed kan afzonderen als je dat wil. In de woonkamer wordt overdag gelezen, gepuzzeld, gekletst, maar vaak zijn de meesten weg op hun eigen activiteiten buiten de deur. ’s Avonds wordt vaak samen tv gekeken (maar dit is geen must) en sommige puzzelen, lezen of kletsen. ’s Avonds mag je zelf weten wanneer je naar bed gaat. En als je iets buiten de deur wil doen is dat ook goed, als je maar om negen uur weer opstaat….

De verpleegkundigen op de kliniek zijn ook heel aardige mensen, bij wie men een één-op-één gesprek kan voeren.

Terug naar het overzicht